Genomineerden 2017

Een voorproevertje van de meest fascinerende streken van de 12 kandidaten:

  • De naam appelvink is merkwaardig, want appelvinken eten nauwelijks appels. Men vermoedt dat het een verwijzing is naar haagappel, de vruchten van de meidoorn. Dit wordt bevestigd door haar Engelse naam Hawfinch. (Haw betekent meidoornvrucht).
  • De meeste vogels bedekken hun veren met een laagje vet uit de stuitklier om ze soepel en waterafstotend te houden. Sommige vogels zoals reigers gebruiken hier poederdons voor, een waterbestendig poeder dat van de veren afschilfert.
  • De boomkruiper is een relatief onopvallend vogeltje dat je snel herkent aan zijn typisch gedrag. Hij hupt tegen de stam van een boom omhoog op zoek naar hapjes. Zodra hij het bladerdek bereikt, fladdert hij naar de voet van een andere boom waar hij opnieuw begint.
  • Voor het algemeen gebruik van pesticiden in de land- en bosbouw, werden eksters als een nuttige vogel beschouwd. Ze eten namelijk allerlei grote insecten zoals kevers die schade aan gewassen kunnen veroorzaken.
  • De groene specht is een echte bouwer, hij bouwt twee holen: een slaaphol en een nestplaats. Aan een slaaphol werkt hij gemiddeld 14 dagen, aan een nestplaats ongeveer een maand. Hij verkiest hiervoor gemengd loofbos. Het nesthol wordt meerdere jaren na elkaar gebruikt.
  • De kluut heeft zijn naam niet gestolen, hij staat erom bekend om rumoerig te zijn en steeds de aandacht te trekken met zijn luide, melodieuze roep “kluu-uut”.
  • De kwartelkoning is een van de soorten waarvoor de Vlaamse regering zopas een soortenbeschermingsplan heeft goedgekeurd. Aangezien hij in Vlaanderen de status ‘met uitsterven bedreigd’ draagt, wordt dit plan hopelijk spoedig uitgevoerd.
  • Het feit dat zwaluwen echte lange afstandstrekkers zijn die bij ons broeden en de winter doorbrengen in Afrika, bezorgde de mensheid in het verleden heel wat kopzorgen. Zo was er een tijd dat men dacht dat zwaluwen naar de maan vlogen om te overwinteren.
  • De tafeleend zoekt naar voedsel onder water door te duiken. Soms duikt ze tot op 2,5 meter diepte. Daarom zoekt ze steeds open waterpartijen met een dichte onderbegroeiing van waterplanten waar ze scheuten en wortels van trekken.
  • Pernis apivornus betekent letterlijk ‘roofvogel die bijen eet’. Beetje een vreemde naam voor een vogel die slechts af en toe een bijennest uitgraaft, maar vooral verzot is op wespen.
  • Bij de wielewaal worden de jonge vogels niet ieder jaar verstoten om onmiddellijk hun eigen leven te leiden. De vogels van een jaar oud helpen vaak zelfs mee met het uitbroeden en voederen van een nieuwe lichting. Een goede oefening voor als ze zelf starten met broeden.
  • Zanglijsters staan bekend om hun ‘lijstersmitsen’: een locatie met een harde ondergrond waarop ze slakkenhuisjes stuk kunnen slaan zodat ze gemakkelijker bij de slak geraken. Je kan op deze smitsen vaak tientallen kapotte slakkenhuisjes vinden.